Innovaties in de zorg

Ten behoeve van het voorkomen van complicaties, het reduceren van de zorgconsumptie en het verhogen van de kwaliteit van leven wordt zelfmanagement gestimuleerd. Belangrijke, momenteel in gebruik zijnde, hulpmiddelen voor het stimuleren van zelfmanagement zijn de bloedglucosemeters en de daarbij horende bloedglucosestrips. De ontwikkeling van aanvullende hulpmiddelen die zelfzorg stimuleren door inzicht te bieden in de glucoseregulatie en het effect van therapeutische interventies is volop in beweging.

Naast deze technische ontwikkelingen worden (communicatie)producten ontworpen die hulp bieden bij het inpassen van diabetes in het dagelijks leven. Bij al deze nieuwe ontwikkelingen is het gewenst dat ze met literatuur en eventueel met wetenschappelijk onderzoek toegevoegde waarde en verbetering van zorg aantonen. Echter, goed gemotiveerd, zouden op kleinschalig niveau vernieuwingen uitgeprobeerd kunnen worden.

Voorbeelden van deze ontwikkelingen zijn:

  • Continue glucosemeting (CGM = Continue Glucose Monitoring door middel van een glucose-sensor) geeft een nauwkeurig beeld van het verloop van de bloedglucosewaarden. Hiermee worden patiënten in staat gesteld de behandeling van diabetes te optimaliseren en het optreden van hypoglykemieën te laten afnemen. Naast een goed HbA1c kan deze “Real Time” technologie tot een afname van de variabiliteit van de bloedglucosewaarden leiden met aantoonbare verbetering van de kwaliteit van leven. Deze nieuwe ontwikkeling kan worden gekoppeld aan een pomp waarbij de informatie van de glucose sensor stapsgewijs geïntegreerd wordt in een systeem van automatische gecontroleerde insuline toediening. Met deze techniek kan een insulinepomp al automatisch gestopt worden zodra de ingestelde streefwaarden zijn bereikt. Het gebruik van CGM wordt voorlopig alleen vergoed onder gecontroleerde omstandigheden voor patiënten met diabetes type 1 die aan een aantal door de NDF geformuleerde, specifieke criteria voldoen1.
  • Continue intraperitoneale insuline infusie (CIPII) is een effectieve vorm van intensieve insuline therapie waarbij insuline middels een pomp continu intraperitoneaal wordt afgegeven. Het zij via een implanteerbare pomp of een intraperitoneale catheter met een externe pomp. De therapie kan uitsluitend worden toegepast in behandelcentra die daarvoor toestemming hebben, omdat alleen deze centra voldoende expertise hebben opgebouwd rond deze vorm van behandeling. Het betreft hier een zeer klein aantal centra2. Gezien de complexiteit, beperkte beschikbaarheid, kosten en kans op complicaties dient de therapie alleen te worden overwogen als het niet mogelijk is de patiënt op een andere ‘reguliere’ wijze te behandelen. Dit geldt onder meer voor mensen met subcutane insulineresistentie, ernstige hypoglycemieën, labiele diabetes (‘brittle diabetes’), vertraagde insuline absorptie, allergie, en zeer ernstige (invaliderende) lipohypertrofie en lipoatrofie. Er dient nog veel aandacht te worden besteed aan de veiligheid en duurzaamheid van de thans twee aanwezige systemen van CIPII3.
  • Nier/pancreastransplantatie is een standaard behandeling voor patiënten met diabetes type 1, waarbij ook nierfunctie vervangende behandeling is geïndiceerd. Aan deze patiënten dient, als hun gezondheidstoestand dat toelaat, opname op de ‘wachtlijst’ voor nier-/pancreastransplantatie4 aangeboden te worden. De huidige stand van de wetenschap laat eilandjestransplantatie toe voor een kleine groep patiënten met diabetes type 1 in een experimentele setting.
  • Nieuwe educatietechnieken hebben als doel het vergroten van zelfmanagementvaardigheden om patiënten meer grip te geven op het leven met beperkingen, lotgenotencontact te stimuleren, motivatie te bevorderen alsook het uitwisselen van praktische informatie over alledaagse diabetes gerelateerde problemen waardoor uiteindelijk een betere instelling en acceptatie van de chronische ziekte ontstaat. Internettoepassingen en groepseducatie en groepsconsulten zijn hiervan voorbeelden5.
  • Motivational interviewing is een voorbeeld van een gesprekstechniek om de behandeling en begeleiding van diabetespatiënten te optimaliseren en een nieuwe impuls te geven aan de regiefunctie van de patiënt. Dit is een directieve persoonsgerichte gespreksstijl, bedoeld om verandering van gedrag te bevorderen door ambivalentie ten opzichte van verandering te verhelderen en op te lossen. Het is een techniek die zich goed leent voor het veranderen van leefstijl met betrekking tot therapietrouw, voeding en bewegen6. Voor het inzetten van motiverende gespreksvoering is het wetenschappelijk bewijs wisselend7.

In de komende jaren zal in toenemende mate gebruik gemaakt worden van interactieve web-based toepassingen voor bijvoorbeeld e-consulten met de behandelaar of de peer-group via chatboxen. Het gebruik van alternatieve middelen als interactieve websites en sociale media voor communicatie is aanvullend en kan het poli-contact tussen patiënt en het behandelteam niet vervangen.

Voeg toe aan printlijst
Voetnoot 1

Nederlandse Diabetes Federatie. Indicatiecriteria NDF voor vergoeding RT-CGM, 2010.

Voetnoot 2

Zwolle en Gouda

Voetnoot 3

NIV module ‘CSII”; NIV richtlijn Diabetes Mellitus, 2013.

Voetnoot 4

http://www.lumc.nl en http://www.umcg.nl

Voetnoot 5

CBO. Projectplan Gezamenlijk Medisch Consult 5, 2009.

Voetnoot 6

Burke BL, Arkowitz H, Menchola M. The efficacy of motivational interviewing: A meta-analysis of controlled clinical trials. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 71, 843-861.; Burke, BL, Dunn, C W, Atkins, DC & Phelps, J S. The emerging evidence base for motivational interviewing: A meta-analytic and qualitative inquiry. Journal of Cognitive Psychotherapy: An International Quarterly, 2003: 18, 309-322.
Hettema J, Steele J, Miller WR. Motivational interviewing. Annual Review of Clinical Psychology 2005: 1, 91-111.
Knight, McGowan, Dickens et al. A systematic review of motivational interviewing in physical health care settings. British Journal of Health Psychology, 2006: 11, 319-332.
Lundahl B, Burke BL. The effectiveness and applicability of motivational interviewing: A practice-friendly review of four meta-analyses. Journal of Clinical Psychology: In session,2009: 65, 1232-1245.

Voetnoot 7

Henriksen JE, Hjelmborg J et al. The effect of motivational interviewing on glycaemic control and perceived competence of diabetes self-management in patients with type 1 and type 2 diabetes mellitus after attending a Group educationprogramme: a randomised controlled trial.Diabetologia. 2011 Jul;54(7):16209)
CBO. Projectplan Gezamenlijk Medisch Consult 5, 2009.